Ze vragen:
Wanneer wist je het?
Alsof liefde een jaartal heeft.
Alsof kleur een moment kiest.
Ze fluisteren:
Ben je… iets?
Alsof jij een raadsel bent
dat eerst opgelost moet worden.
Ze zeggen:
Doe maar normaal.
Maar normaal
is precies het probleem.
Normaal is stil.
Normaal is bang.
Normaal is verdwijnen.
Ik draag kleur.
Niet om op te vallen,
maar om niet langer
te verdwijnen.
Kleur bekennen,
kleur bekennen.
Niet omdat het moet,
maar omdat ik adem.
Kleur bekennen,
in mijn eigen huid.
Ik hoef niet uit te leggen
wie ik ben.
Ik hoef alleen te zeggen:
Ik ben hier.
Misschien heb je woorden.
Misschien nog niet.
Misschien weet je precies
wie je bent.
Misschien zoek je nog.
En misschien kijkt de wereld
te vaak naar een naam,
een hokje,
een antwoord.
Maar jij bent geen raadsel
dat opgelost moet worden.
Jij mag gewoon
bestaan.
Draag kleur.
Niet om op te vallen,
maar om niet langer
te verdwijnen.
Kleur bekennen,
kleur bekennen.
Niet omdat het moet,
maar omdat ik adem.
Kleur bekennen,
in mijn eigen huid.
Ik hoef niet uit te leggen
wie ik ben.
Ik hoef alleen te zeggen:
Ik ben hier.
En als jij
nog geen woorden hebt…
hoef je ze ook
niet te zoeken.
Als jij nog niet weet
hoe je het zeggen moet…
ik loop wel met je mee.
Ik loop wel met je mee.
Met je mee.
Ik loop wel met je mee.
Kleur bekennen,
kleur bekennen.
Niet om op te vallen,
maar om niet langer
te verdwijnen.
Kleur bekennen,
in mijn eigen huid.
Ik ben hier.
Ik ben hier.
En als jij nog geen woorden hebt…
ik loop wel met je mee.
Ik ben hier.
